Groentetuin aanleggen? 6 groene tips

Nog nooit eerder was het aanleggen van een groentetuin zo hip. En dat is niet voor niks. Zelf groenten kweken kan eenvoudig zijn, geeft voldoening en je oogst op natuurlijke en biologische wijze. Niets is zo lekker dan verse groente uit een eigen groentetuin. En ook jij kunt met weinig ervaring een groentetuin aanleggen. Met deze 7 groene tips leren wij je hoe je op eenvoudige wijze een makkelijke groentetuin kunt aanleggen.

De voorwaarden voor een succesvolle groentetuin

Alvast een grote geruststelling: je hebt niet veel ruimte nodig om een groentetuin aan te leggen. Je kunt al een groentetuin aanleggen op een vierkante meter en binnen enkele weken jouw eigen groenten oogsten. Het advies is daarom ook: begin klein, houd het overzichtelijk, beginnen met makkelijke groentes en bekijk goed of je voor bepaalde groenten toch niet meer ruimte nodig hebt. Door een eenvoudige groentetuin aan te leggen kun je op een laagdrempelige manier oefenen en experimenteren met de eerste oogst. Mocht je het na de eerste oogst het nog steeds leuk vinden om in jouw eigen groentetuin te werken, dan kun je bijvoorbeeld proberen om een combinatieteelt toe te passen. Je verbouwt dan meerdere soorten groenten door elkaar. Maar focus je voor nu eerst op een aanleggen van een eenvoudige groentetuin.

Een groentetuin aanleggen in 6 stappen

  1. Kies de juiste ligging van de groentetuin

    Voor het aanleggen van een groentetuin is de plek, de ligging, misschien wel de belangrijkste factor voor een vruchtbare oogst. Vooral de mate waarin er zon op je groente kan schijnen heeft een grote invloed op het eindresultaat van de groentetuin. Maar ook het vochtgehalte en de soort grond zijn van invloed. Daarom moet je veel aandacht besteden aan de onderstaande punten:

    – Zorg dat de grond vlak is en iets afloopt naar het zuidoosten of zuidwesten, zodat (regen)water weg kan lopen;
    – Laat de ligging van de groentebedden van noord naar zuid lopen. Dan kan de zon tussen de rijen door gelijkmatig schijnen;
    – Geef de groentetuin een zonnig plek waar minstens zes uur per dag de zon schijnt;
    – Plaats de groentetuin niet in de schaduw en/of in de volle wind;
    – Bescherm eventueel de groentetuin aan de noord- en noord-oostkant tegen de wind.

  2. Bereid de bodem grondig voor

    Naast de ligging is de kwaliteit van de grond erg belangrijk voor het aanleggen van een groentetuin. Het voorbereiden van de bodem is een secuur klusje, waar je even de tijd voor moet nemen. Je kunt pas beginnen met het voorbereiden van de grond als het droog en kruimelig is.
    Als de bodem onder je laarzen of klompen vast blijft zitten is het nog te nat en nog niet klaar om ingezaaid te worden. Je moet dan nog even een paar dagen wachten.

    Als de oppervlakte wel droog en kruimelig is, kun je beginnen met het stevig schoffelen van de bovenste 7,5 tot 15 centimeter van de grond. Door het schoffelen worden namelijk de harde stukken in kleinere klonten verdeeld. Na het schoffelen kun je de hark gebruiken om het oppervlakte glad te maken en te egaliseren. De tanden van de hard kun je gebruiken om de resterende klontjes aarde fijn te maken. Met de platte kant van de hark zorg je ervoor dat de bodem egaal wordt verdeeld over de groentetuin. Als het nodig is om compost aan de bodem toe te voegen kun je dat er ook met de hark doorheen mengen, maar daar mag je ook mee wachten totdat je de groentebedden hebt gemaakt.

  3. Deel de groentetuin in slimme vakken in


    Na het voorbereiden van de bodem is het tijd om de groentetuin af te bakenen. Voor een optimaal resultaat kun je de groentetuin het beste opdelen in minimaal vier vakken (dus moestuinbedden) waar de groenten in worden gekweekt. Om het onderhoud van de groentetuin te vergemakkelijken moet je de afmetingen van de groentebedden een beetje hanteerbaar houden. Aanbevolen wordt om met een maximale breedte van 80 centimeter te werken. Dan kun je eenvoudig bij de groentetuin om te zaaien, schoffelen en oogsten. Bij gebruik van meerdere bedden naast elkaar – acht is gebruikelijk – is het handig om daar een pad tussendoor te maken van ongeveer 75 centimeter breed. Dan kun je er namelijk met een kruiwagen doorheen rijden om onkruid af te voeren. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen in een vierkante-meterbak.

    Het is verstandig om per vak één soort gewasgroep bij elkaar te planten. Op die manier creëer je dus aparte vakken om alle groenten te telen en kun je voor de blad- en vruchtgewassen (meest populair in onze Nederlandse keuken) iets meer ruimte nemen. Wil je juist andere groentes dan blad- en vruchtgewassen aanleggen, dan kun je dus ook een peulgewassenvak, een koolvak, een wortelvak of een knollenvak aanleggen. Door de vakverdeling zorg je ervoor dat je de grond van de groentetuin niet uitput.

  4. Kies eenvoudige groenten om te telen

    Als je voor het eerst een groentetuin gaat aanleggen dan is het advies om te starten met groenten die makkelijk te telen zijn.
    In principe kun je elke soort groenten verbouwen, maar sla, radijs, spinazie, courgette, andijvie, bonen, bietjes en wortelen zijn vrij eenvoudig en vallen onder de noemer makkelijke groeiers. Deze groenten hebben namelijk – naast het water geven – weinig verzorging nodig; jouw oogst kan dus bijna niet mislukken! Er zijn ook groenten waar je meer geduld voor moet hebben. Moestuin groenten zoals witlof en asperges vragen veel meer onderhoud en zorg en zijn dus over het algemeen lastiger te verbouwen. Belangrijke tip is dus om te starten met eenvoudige groenten!

  5. Zaai de groenten op het juiste moment

    Het juiste zaaimoment verschilt natuurlijk per groente. Over het algemeen kun je wel het beste na de winter met de groentetuin beginnen, als het niet meer vriest. Vanaf april groeien de meeste zaadjes namelijk het beste buiten. Wees je ervan bewust dat het gegeven zaai-advies op de verpakking alleen een richtlijn is. Het kan daarom handig zijn om de weersvoorspellingen in de gaten te houden. Wordt het onverwacht koud voor de tijd van het jaar? Wacht dan nog even met zaaien. Je kunt dan wel eventueel alvast beginnen met voorzaaien binnenshuis of in de kas: de plantjes moeten dan na verloop van tijd worden overgeplaatst naar de groentetuin.

    Er zijn dus twee manieren om jouw groenten te zaaien: of je begint in maart alvast binnenshuis of in een kas met voorzaaien, of je zaait na half mei rechtstreeks in de volle grond. Verreweg de meeste soorten groenten in een groentetuin wordt rechtstreeks in de grond gezaaid. Het rechtstreeks in de groentetuin zaaien kun je op twee manieren doen: A) in rijen zaaien of B) verspreid over de bedden zaaien. Om in rijen te zaaien worden geultjes getrokken, die na het zaaien weer dichtgemaakt worden. In geultjes zaaien is geschikt voor de wat langzamere groeiers; vaak zijn dat wat grotere zaden. Het zaad verdelen over de bedden werkt goed bij snelle groeiers met heel fijn zaad. Zorg bij het breedwerpig zaaien ervoor dat het zaad gelijkmatig over het oppervlak wordt gedeeld.

  6. Verzorg jouw groentetuin regelmatig

    Nu jouw groentetuin eenmaal is aangelegd, is het belangrijk je de moestuin goed onderhoudt. Onkruid groeit namelijk snel. Houd het onkruid goed in de gaten: schoffel vanaf het begin af aan regelmatig of trek het er met de hand uit. Hoe minder onkruid, hoe beter het is voor de gezondheid van jouw groenten. Mocht je er tijd voor hebben probeer dan elke dag een ‘rondje’ groentetuin te doen. Geef jouw groenten daarnaast voldoende water en zet op tijd stokjes naast de planten om te voorkomen dat ze omwaaien. Als je merkt dat er dieren (zoals konijnen of vogels) zijn die jouw groentetuin erg interessant vinden, kun je ervoor kiezen om ter bescherming een omheining van gaas te bouwen.

    Aan het einde van het moestuinseizoen is het belangrijk om jouw groentetuin klaar te maken voor de winter. Dit doe je door alle plantenresten op te ruimen en op een composthoop te gooien. Spit je groentetuin vervolgens film om als het een paar dagen achter elkaar droog is geweest.

Het lijkt niet zo moeilijk om moestuin groenten te verbouwen. Je zoekt een stukje grond, gooit daar wat mest op en dan ga je zaaien. Zo eenvoudig is het enerzijds ook, maar mocht je willen genieten van een groentetuin op langer termijn, dan moet je voorzorgsmaatregelen treffen. Besteed daarom aandacht en zorg aan de vlakverdeling en de voeding, zodat je de grond niet uitput. Zo kun jij ook volgend jaar weer een nieuwe groentetuin aanleggen!

Comments

No comments yet. Why don’t you start the discussion?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *